Relevante ontwikkelingen
In dit onderdeel schetsen wij de interne en externe ontwikkelingen die van invloed kunnen zijn op onze financiering.
Kaders
De belangrijkste wettelijke kaders voor de financiering van gemeenten zijn vastgelegd in de Wet financiering decentrale overheden (fido). Deze wettelijke kaders hebben we bij de gemeente Groningen vertaald naar concrete afspraken tussen raad en college in de vorm van ons Treasurystatuut 2020 , dat door de raad is vastgesteld op 27 november 2019. De verdere vertaling naar de uitvoering en de verdeling van bevoegdheden tussen college en ambtelijke organisatie is vastgelegd in het door het college vastgestelde Handboek Treasury 2020.
Voorgenomen financieringsbeleid
De financieringsbehoefte is gebaseerd op de (geprognosticeerde) eindbalans 2024. De opbouw van de begrote financieringsbehoefte ziet er als volgt uit. Dit overzicht betreft de financieringsbehoefte van de gemeente zelf. De ten behoeve van derden aangetrokken en doorverstrekte leningen zijn buiten beschouwing gelaten.
Financieringsbehoefte 2024 (bedragen x 1.000 euro) | Bedrag |
---|---|
Saldo huidige geldleningen o/g per 31-12-2024* | 1.253.000 |
Beschikbare reserves en voorzieningen per 31-12-2024 | 291.000 |
Totaal lange financieringsmiddelen (A) | 1.544.000 |
Investeringen voorgaande jaren | 1.623.000 |
Investeringen 2024 (netto) | 123.000 |
Totaal benodigde financieringsmiddelen (B) | 1.746.000 |
Financieringsbehoefte in 2024 (saldo A-B) | 202.000 |
De omvang van de financieringsbehoefte hangt in sterke mate af van de omvang van de investeringen in vaste activa en grondexploitaties. Daarmee is de financieringsbehoefte ook gevoelig voor wijzigingen in de planning van (grote) investeringsprojecten. Uit voorgaande jaren blijkt dat er in veel gevallen vertraging is in de uitvoering van projecten. Daardoor kan de uiteindelijke financieringsbehoefte lager uitvallen dan hierboven berekend in de tabel Financieringsbehoefte.
Op basis van ervaringscijfers gaan we er vanuit dat we 75 miljoen euro van de vlottende passiva (exclusief kortlopende bankschulden) in kunnen zetten om te voorzien in een deel van de financieringsbehoefte. Dat is het gedeelte van de vlottende passiva (excl. kortlopende bankschulden) dat we niet nodig hebben voor vlottende activa (excl. grondexploitaties) en dus kunnen gebruiken om investeringen (in vaste activa en grondexploitaties) te financieren. Dit bedrag is in bovenstaande tabel Financieringsbehoefte 2024 verwerkt in het saldo huidige geldleningen o/g per 31-12-2024.
De financieringsbehoefte in 2024 van 202 miljoen euro is het bedrag dat we naar verwachting aan moeten trekken aan bankleningen. Van dat bedrag gebruiken we 79 miljoen euro voor reguliere aflossingen (het saldo van te betalen aflossingen op de huidige schulden en te ontvangen aflossingen op de uitgezette leningen) en 123 miljoen euro ter financiering van investeringen.
Afhankelijk van de situatie op de geld- en kapitaalmarkt zullen we in 2024 bepalen of we kiezen voor kortere of langere looptijden. In een normale situatie is kort geld (looptijd korter dan 1 jaar) goedkoper dan lang geld (looptijd langer dan 1 jaar), maar voor 2024 verwachten we dat de rente op zowel nieuw aan te trekken korte als op nieuw aan te trekken lange leningen uitkomt op 3% . Bij onze keuzes zorgen we er voor dat we binnen de in Wet fido opgenomen kasgeldlimiet en renterisiconorm blijven. Bij de keuze van looptijden houden we ook rekening met het bestaande aflossingspatroon.